Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , ,

a feather and a stone equally balance

 Een naam voor het Onnoembare, is maar een naam. Het Onnoembare is dat, wat alles doet zijn. Door dingen een naam te geven wordt het ondeelbare verdeeld.

Al die kunstmatige kleuren verblinden de ogen der mensen. Al die gemaakte muziek verdooft de oren. Al die verschillende smaken stompen de smaak af.

Wat een eindeloze flauwekul. Iedereen is onrustig en opgewonden alsof ze naar een voetbalwedstrijd kijken.

Voordat de schepping tot uitdrukking kwam, was er al iets, volmaakt maar nog zonder vorm, stil en onveranderlijk, alom aanwezig en onuitputtelijk. Men kan het beschouwen als de scheppende kracht van al wat is. Ik kan het niet beschrijven, maar ik noem het maar Tau.

Het zware is de bron van het licht. De onbewogen beweger de oorsprong van alle beweging. Daarom kan de ware mens de hele dag in beweging zijn. Omdat niet hij het is die zich beweegt, maar omdat hij zich op het leven laat voortdrijven.

Wie hun oorspronkelijke natuurlijkheid verlaten, worden beschaafd. In de ogen van de ware mens gedragen zij zich als toneelspelers.

Culturen die hun hoogtepunt bereiken, luiden hun eigen verval in. Culturen zijn niet natuurlijk, en wat kunstmatig is vergaat.

Wie de ander door heeft is slim. Wie zichzelf kent is wijs. Wie anderen overwint is machtig. Wie zichzelf overwint is standvastig. Wie tevreden is, is rijk. Wie veel wil, is almaar bezig. Wie zichzelf blijft, is uit een stuk. Wie sterft vóór hij sterft, leeft eeuwig in het nu.

Want de weg naar zelfkennis is wrang en onaangenaam, niet aangenaam om onder ogen te zien en pijnlijk om te horen, maar geeft een onuitputtelijke kracht.

Wie in deze wereld menslievend heet, verwacht dankbaarheid terug. Wie in deze wereld eerlijk heet, heeft een dubbele agenda. Wie zich aan deze wereld heeft aangepast, eist dat anderen dat ook doen. En anders dreigen ze en worden ze boos.

Het onuitsprekelijke doet het Ene ontstaan. Het Ene het tweede. En uit het tweede ontspruit het derde. Het derde brengt de hele schepping tot leven. Alles wordt gedragen door het Duistere en komt aan het licht. De adem van de Leegte schept de ordening. Wat de mensen haten is alleen zijn, onbelangrijk en nutteloos zijn, en toch is dat waar de ware mensen hun behagen in scheppen.

Dat juist in het niets doen het ware geluk ligt. Dat begrijpen in deze wereld maar heel weinig mensen.

Wie wijs is streeft naar waar de anderen niet naar streven, en vindt belangrijk wat de anderen onbelangrijk vinden. Hij leert af wat de anderen aanleren, en keert terug naar de toestand die de anderen verlaten hebben. Dan kent hij de weg terug naar de oorsprong, maar beseft dat de mensen het niet willen horen.

Mijn woorden hebben een oorsprong, mijn manier van leven een principe, maar omdat de mensen dat niet durven zien, kunnen zij mij niet begrijpen. Er zijn maar heel weinigen die mij begrijpen en voor hen ben ik erg waardevol. Wie wijs is gedraagt zich daarom onopvallend, maar hij blijft zichzelf.

Beseffen dat je niets kunt weten, dat is wijs. Wie niet begrijpt dat hij niets kan weten, is gek.

Advertisements