Tags

, , , , , , , , , , , ,

Heel de tijd is het ego op zoek naar …naar wat eigenlijk? Hij blijft echter volhouden en geloven dat ergens de waarheid zal gevonden worden. Maar het lukt maar niet en dus gaat hij door. Onversaagd. Hij heeft nog niet genoeg gezocht maar hij zal het weten, hij zal het vinden! Hij staat er geen moment bij stil dat hij niet eens weet wàt hij zoekt maar dat kan geen beletsel zijn voor zijn inzet, zijn ernst waarmee hij zijn zoektocht verder zet.

Hoewel het einde van die zoektocht zo nu en dan in zicht lijkt te komen, wordt geen bevredigend antwoord gevonden. Een antwoord op die kwellende vraag: wie of wat ben ik? Hij wil het weten zodat hij zich kan bevrijden van alle kwellingen en ellende die het leven is.

Tot de hele boel ontploft. Ongemerkt zelfs. Er is helemaal geen antwoord. Er valt niets te weten. Er is niets te weten omdat er niets te weten valt. Hij kan nooit verlicht raken, hij kan zichzelf niet realiseren. Al die wijsheden die hij onderweg heeft verzameld leiden absoluut nergens toe. Het heeft hem geen enkel voordeel opgeleverd. Hij kan niet eens meer opgeven want…er valt niets op te geven.

De grote paradox is dat er niets te weten valt omdat er niets te weten IS.

En deze schijnbare teleurstellende ontdekking is de hemel die open gaat. Wanneer hij al die tijd dacht dat hij het ooit zou te weten komen, ooit zou ontdekken, blijkt de verhoopte gelukzaligheid net in het onvoorstelbare feit te liggen dat hij het nooit zal weten ….

De zoeker is ongemerkt opgelost. Er is enkel dat wat altijd al was. Het ongekende. Dat wat niet te kennen, niet te weten valt.

De logica staat hier totaal voor schut, is uitgerangeerd. Dat wat hij al die jaren probeerde te verwezenlijken – het ik – is mislukt en net in die mislukking zit het geluk.

Want die mislukking betekent het falen van het ‘ik’.

Advertisements