Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

“Het is het denken zelf dat je vertelt dat het er is. Laat je niet voor de gek houden. Alle eindeloze argumenten over het denken worden door het denken zelf aangevoerd, zodat het kan blijven bestaan en uitbreiden.

Je laat het denken achter wanneer je alle kronkelingen en stuiptrekkingen botweg negeert. Laat elke gedachte voor wat ze is, niet enkel deze over de wereld maar ook die over jezelf. Blijf nuchter en gewaar.

Maak je geen zorgen, het is van geen enkel belang wat je achter laat eenmaal voorbij het denken. Dan ben je werkelijk alleen en alles.”                

                                                                                                              Nisargadatta Maharaj

Leven geeft geen enkele informatie. Het heeft niets uit te leggen. Het is alleen. De mens beweert dat hij allerlei informatie, wetenschap heeft over de dingen, over het leven, de wereld en ook over zichzelf. Hij voelt zich heer en meester omdat hij kan denken. De dieren en de planten denken niet, aldus diezelfde mens. De mens onderzoekt, stelt vragen, formuleert antwoorden, verandert die weer en zoekt verder. Wie ben ik?, vraagt hij zich af en beweert na een lange zoektocht dat het antwoord de stilte is. Maar elk antwoord geeft op zijn beurt geboorte aan een nieuwe vraag.

Ik denk, zegt de mens en dus ben ik. Hij stelt zijn bestaan gelijk met het feit dat hij denkt. Hij denkt dat hij denkt.

Wanneer hij zich zelf de vraag gaat stellen wat dit denken nu precies is, dan krijgt hij een antwoord. Van dit zelfde denken. De vraag houdt immers reeds de overtuiging in van het daadwerkelijke bestaan van het fenomeen denken. Maar dit denken geeft geen enkele informatie over zichzelf. Er moet een denker zijn om die informatie toe te eigenen en die denker is niets anders dan datzelfde denken.

Het denken vertelt aan zichzelf (ik-gedachte) dat het bestaat.

En zo ontstaat een vermeende denker, degene die het denken doet. Het is onmogelijk een wereld waar te nemen zonder erover te denken. En iedereen ziet de wereld op zijn manier. Er is dus geen op zichzelf bestaande, onafhankelijke wereld daarbuiten. Wat wij de wereld noemen is denken zelf. Zo heeft de denker het gevoel dat hij los staat van het denken wat de wereld is; de denker – ik – sta los van de wereld. Terwijl alles zich afspeelt binnen en als het denken zelf.

De denker is de zoeker, het individu dat zich probeert staande te houden in een voor hem vreemde en vijandige wereld. Zonder denker is er geen sprake meer van denken. Dan is wat is en niemand vraagt zich nog af wat er is. Dan ben je werkelijk alleen en alles, zegt Nisargadatta. Er valt hoegenaamd niets meer te weten, te zoeken, te zeggen.

Het denken is tegelijk de vijand en je grootste vriend, het is de hel en de hemel, samsara en nirvana, de dood en het leven. Wanneer het zichzelf opblaast is het de hemel, valt er niets meer te weten maar enkel te zijn. Wanneer het zichzelf serieus neemt in de vorm van een denker, is het de hel. Dan is er voortdurend zoeken, ongerustheid, willen weten, onzekerheid. Twijfel en angst. Geboorte en dood.

Wanneer de denker er niet meer in noch uit kan, gaat de bloem vanzelf open. Zijn er geen oorzaken meer en geen gevolgen. Dan staat de deur van de gevangenis wijd open. De tralies verdwijnen als bij toverslag en een ongekende wereld vol verwondering ligt open.

Het raadsel is zelf de oplossing. De vraag is het antwoord.

 

Advertisements