Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , ,

De mens is het enige dier dat beweert dat er drie toestanden in zijn leven bestaan: slapen, dromen en wakker zijn. Hij gaat er ook verder van uit dat hij geboren is, dat hij leeft en zal sterven. Daar is zowat elk mens zeker van.

De mens voelt zichzelf het centrale punt in een wereld die hem omringt en die hij waarneemt.

Je kunt je afvragen waar de mens die kennis haalt, die zekerheid. Wanneer kan hij namelijk vertellen over het feit dat er drie toestanden zijn? Alleen in de toestand van het wakker zijn. Hij vertelt zijn droom als hij wakker is. Hij zegt ook dat hij goed geslapen heeft, als hij wakker is. Alles lijkt te gebeuren als hij wakker is.

Het is hem echter totaal onmogelijk de droom- of slaaptoestand te beleven als hij wakker is. Hij kan er enkel over praten, niet ervaren. Dit betekent ook dat hij zich onmogelijk kan losmaken uit de staat van ‘wakker zijn’.

Wat hij vertelt is op geen enkel moment feitelijk te ervaren. Net zomin als ooit de eigen geboorte kan ervaren worden, noch de dood. Hoe zou hij dan kunnen ervaren dat hij leeft? Dat is per definitie onmogelijk, want om ‘iets’ te kunnen ervaren, moet je er los van staan.

Het is bijgevolg ook onmogelijk om een onderscheid, een verdeling, een begin of einde waar te nemen. Om dat te kunnen is opnieuw afstand en tijd noodzakelijk, de mens moet zich kunnen losmaken in ruimte en tijd om de toestanden te ervaren, het begin, de duur en het einde ervan te kunnen vaststellen, waar te nemen.

Als blijkt dat het feitelijk onmogelijk is om wat dan ook te weten, waar haalt de mens dan zijn kennis vandaan? De realiteit geeft geen enkele informatie over haar eigen aard. Die zogenaamde kennis komt enkel en alleen uit wat de mens het ‘denken’ noemt.

Het ironische van dit alles is dat de enige kennis die de mens meent te hebben uit het denken komt, terwijl dat denken zelf niet eens weet dat het er is, laat staan dat het informatie zou kunnen verstrekken over de aard en de natuur van het Leven zelf.

Advertisements