Tags

, , , , , , , , , , , , , , ,

De waan zit in het denken. Dat spreekt zichzelf openlijk tegen en tegelijk houdt het zichzelf in stand. Dat op zich is reeds een tegenspraak. Het is dan ook denken nietwaar.

De mens denkt dat hij denkt en dat op zich is reeds genoeg om aan te geven dat het niet waar is. Hij (subject) denkt dat hij (object) denkt. Denken bestaat altijd uit een subject en een object en de mens neemt aan dat hij het subject is dat de wereld waarneemt. Die wereld bestaat op zijn beurt uit het denken. Het denken neemt het denken waar. En het praat ook over het denken, over de zogenaamde wereld die niets anders dan denken is. Wat een mooi rondgemaakte cirkel. Tegenspraak, alom. De cirkel is rond. Maar de cirkel is altijd al rond anders is het geen cirkel meer.

Bijgevolg gelooft de mens ook dat hij weet dat hij bestaat want hij weet dat al de rest bestaat en het moet toch iemand weten nietwaar. Daarom zegt hij van zichzelf dat hij bewust is. Maar soms denkt hij dat hij het niet weet en dan noemt hij zichzelf onbewust. Hij leeft en daarom zal hij ook dood gaan. Hij is zeker en daarom bestaat ook onzekerheid, angst. Er is een verleden want er zijn herinneringen aan en daarom bestaat ook een toekomst. Als hij het weet kan hij het ook niet weten. Uiteraard, het lijkt allemaal zo normaal.

Wanneer op een of andere vreemde manier het plaatje niet blijkt te kloppen, ontploft  het denken. Het is niet langer de alles zaligmakende waarheid. Er zit een kink in de kabel. De Waarheid kan niet doorzien worden anders zou het de Waarheid niet zijn. De Waarheid hoeft ook niet geloofd te worden. Dat kan niet eens.

Dan is er wat is: niet weten van niet weten. Wat sowieso altijd al was. Maar daar is niemand meer om niet te weten dat hij niet weet. Dat is Zijn zonder meer wat op zich Weten is. In zich. Dat kun je niet bereiken, daar kun je niet naar streven want dat ben je. Je weet dan niet langer dat je weet (dat je bewust bent, dat je leeft) en ook niet dat je niet weet (dat je onbewust bent, slaapt of dood bent, bewusteloos).

De meeste mensen – het denken dus – denken dat ze weten en zijn als de dood om niet te weten. Niet weten staat gelijk met dood gaan. Dood is het ongekende. Leven is dan het gekende. Maar Zijn is noch gekend noch ongekend; het is Weten zelf.

Maar waar komt dan die twijfel aan de echtheid van het denken vandaan? Het denken kan toch aan zichzelf niet twijfelen…?

Ik zou het niet weten….

 

Advertisements